verschillende hypotheken voor een woning

 

In Nederland bestaan twee aflossingsvormen voor een huis: een annuïteitenhypotheek en een lineaire hypotheek. Wie zijn huis binnen 30 jaar minimaal annuïtair aflost, maakt aanspraak op hypotheekrenteaftrek, een fiscaal voordeel. Die regel is ingegaan op 1 januari 2013. Daarvoor waren er nog zeven andere aflossingsvormen. Die vormen gelden alleen nog voor bestaande huizenbezitters. Starters, en huiseigenaren die een tweede hypotheek nodig hebben, kunnen alleen aanspraak maken op de annuïteiten en lineaire aflossingsvorm.

Annuïteitenhypotheek

Een annuïteitenhypotheek is een hypotheek voor een huis, waarbij de maandelijkse aflossing plus rente de hele looptijd hetzelfde blijft. In het begin betaalt een koper van een woning veel rente, als de looptijd vordert is het meer aflossing. Een voordeel van de annuïteitenhypotheek is het lage bedrag voor het afsluiten, de dalende rente is nadelig voor het aftrekken van de hypotheekrenteaftrek (waarover verderop in deze blog meer). De annuïteitenhypotheek wordt afgesloten voor 30 jaar. Op de einddatum, die vaststaat, is het huis afgelost.

Lineaire hypotheek

Een lineaire hypotheek is een aflossingsvorm, waarbij elke maand eenzelfde bedrag wordt afgelost. Het gaat om de aflossing van het huis plus de rente. Die lasten dalen in de loop der jaren in een lineaire lijn, een rechte lijn, waardoor het een lineaire hypotheek is. Een nadeel van de lineaire hypotheek is dat hypotheekrente aftrekken op termijn niet meer kan. De aflossingsvorm wordt, net als de annuïteitenhypotheek, voor 30 jaar afgesloten. Zodoende kent ook de lineaire hypotheek een einddatum. Naarmate de jaren verstrijken betaalt de koper minder rente, waardoor de hypotheekrente aftrekken niet meer mogelijk is.  

Overgangsrecht

Wie op 31 december 2012 of daarvoor een hypotheek voor een woning is aangegaan, valt onder het overgangsrecht. Deze huizenbezitters mogen hun bestaande hypotheek overhevelen naar de nieuwe woning en/of oversluiten. Voor een aanvullende hypotheek is er alleen nog de annuïteiten en lineaire aflossing mogelijk. Kopers van een woning hadden op 31 december 2012 en daarvoor nog de keuze uit zeven andere aflossingsvormen: de spaarhypotheek, bankspaarhypotheek, aflossingsvrije hypotheek, beleggingshypotheek, spaarbeleggingshypotheek, traditionele levenhypotheek en de krediethypotheek.

Eigen geld en extra kosten

De maximale hypotheek in 2017 is 101 procent van de marktwaarde van het huis, in 2018 is het 100 procent. Dat heeft de overheid bepaald. Het betekent voor volgend jaar dat de bijkomende kosten voor eigen rekening zijn. Dit zijn de kosten die vallen onder de noemer ‘kosten koper’, zoals de overdrachtsbelasting en notariskosten. Hoe hoger een vast bruto inkomen, hoe meer er geleend kan worden. 

Daarnaast is er nog een uitzondering voor huizenkopers die energiebesparende voorzieningen willen aanleggen: zij kunnen, in elk geval in 2017, tot 106 procent van de marktwaarde van de woning lenen.