WOZ-waarde

De WOZ-waarde is de marktwaarde van een huis. Gemeenten stellen elk jaar op 1 januari de WOZ vast, voor zowel kopers als huurders van woningen. De waardebepaling gebeurt met een taxatie door een taxateur. De peildatum is altijd 1 januari van het voorgaande jaar. De WOZ staat namelijk voor het bedrag dat het onroerend goed op 1 januari van het voorgaande jaar waard is. Vervolgens krijgen huiseigenaren in januari of februari een WOZ-beschikking voor de zogenoemde ‘onroerendezaakbelasting’ (OZB).

De vaststelling van de WOZ

 

vaststelling van de WOZ

De oppervlakte, inhoud en ligging van het huis bepalen de WOZ-waarde van een woning. Erfpacht speelt geen rol. Een taxateur kijkt, namens de gemeente, naar de opstallen en de grond. Huisbezoeken komen nauwelijks voor, omdat er veel wordt gewerkt met computermodellen. Met deze modellen trekt de taxateur vergelijkingen met andere woningen. Wie een huis op 1 januari 2017 heeft gekocht en het onroerend goed op 1 januari 2018 onveranderd heeft gelaten, kan een WOZ-waarde verwachten gelijk aan de aankooprijs van het huis.

Oneens met de WOZ-waarde

Wie het niet eens is met de vastgestelde WOZ kan, binnen zes weken na ontvangst van de WOZ-beschikking, bezwaar aantekenen. De gemeente kan het verslag van de taxateur op verzoek toesturen. Vaak ploft het document tegelijkertijd met de WOZ-beschikking op de deurmat. De Waarderingskamer controleert of gemeenten de WOZ op de juiste manier uitvoeren.

WOZ voor nieuwe bewoners en woonbooteigenaren

Wie na 1 januari van een bepaald jaar eigenaar is geworden van een huis, zowel koop als huur, moet voor de WOZ-waarde zelf bij de overheid aan de bel trekken. Dat kan onder meer via de website ‘Mijn Overheid’. Wie op een woonboot met een vaste ligplaats woont, is vrijgesteld van de WOZ-waarde en OZB. Voor woonboten geldt de roerendewoonruimtebelasting.